Professor Mulder en de beenamputatie in Dronrijp

Mulder wil een wetenschappelijk artikel over de operatie schrijven. Maar het komt er niet van. In 1807 wordt hij hoogleraar in Groningen. Drie jaar later overlijdt hij op eenenveertig jarige leeftijd aan de gevolgen van een mislukte kaakoperatie.

Herinnering van een dorpsdokter

Dronrijp, 17 februari 1822

Johannes Mulder (1769-1810) wordt geboren in Franeker en studeert er. Hij studeert ook in Leiden. Daarna wordt hij in Franeker hoogleraar in de geneeskunde. Op eenentwintig juli 1798 doet Mulder een beenamputatie bij een achttienjarig meisje uit Dronrijp; Gelske Wierts. Hij haalt het been helemaal uit het heupgewricht. Mulder is de eerste arts bij wie de patiënt deze operatie overleeft. Gelske herstelt wonderlijk snel. Later trouwt zij en ze krijgt vijf kinderen.

Het is een Godswonder, waar een gezonde Friese vrouw en een geniale geneesheer samen allemaal toe in staat zijn!

Van de vroedvrouw heb ik gehoord dat Gelske Wierts Tuinstra-Walperts vannacht bevallen is van een zoon. Dat is nu al het vijfde kind dat ze gezond ter wereld brengt. Wat een wonder! Vierentwintig jaar geleden leek ze ten dode opgeschreven. Maar dankzij mijn collega, professor Johannes Mulder leeft ze.

Ik weet nog goed hoe ik op die eenentwintigste juli 1798 werd weggeroepen voor het spoedgeval. De meisjes van het dorp hielpen op het land bij het hooien. Gelske was achttien en door een ongelukkige val was ze onder de volgeladen wagen terecht gekomen.

Haar dijbeen was helemaal verbrijzeld. Het was één bloederige massa vlees, spieren en botsplinters. Gelukkig had men de wond al voor mijn komst afgebonden. Voor doodbloeden was dus geen gevaar meer. Ze hebben haar toen op een ladder gelegd en naar mijn huis gebracht. Daar heb ik haar verwonding onderzocht.

Ik had al gezien dat ik het been niet meer kon redden. Maar nu zag ik ook dat een gewone amputatie onmogelijk was. Het bot was kapot tot in het heupgewricht. Het been zou niet goed afgezet kunnen worden en er zou ongetwijfeld wondrot optreden. Gelske wachtte een akelige dood.

Maar plotseling werden mijn duistere gedachten beschenen, als door een helder sterrenlicht! Ik moest professor Mulder uit Franeker laten komen! Het dijbeen moest uit de heup gehaald worden. Dit was een onmogelijke operatie. Maar als íemand het kon, dan was hij dat! In een vlug briefje heb ik de situatie uitgelegd en ik heb mijn rijtuig naar Franeker gestuurd. Kort na het avondeten was de koetsier al weer terug met de professor. We gingen gelijk aan de slag.

Tot diep in de nacht zijn we bezig geweest. Ik was onder de indruk van de grote kennis en de vaardigheid waarmee Mulder de operatie uitvoerde. En naderhand is deze bewondering alleen nog maar toegenomen. Mulder had de operatie namelijk zó kundig uitgevoerd, dat Gelske al binnen drie weken weer – steunend op een kruk – over straat kon gaan!

Sindsdien is het met Gelske altijd goed gegaan. Binnenshuis hinkt ze zonder krukken rond. Ze voert haar eigen huishouden en kan moeiteloos een ladder beklimmen. Gelske heeft een opgeruimd gemoed, tevreden en vrolijk van aard. Ze is getrouwd met Tjalling Paulus Tuinstra en vannacht is zij dus bevallen van haar vijfde kind. Het is een Godswonder, waar een gezonde Friese vrouw en een geniale geneesheer samen allemaal toe in staat zijn!