De Franeker Loskoppen. Een klucht over het Franeker studentenleven

Op een dag verkleden de studenten hun knecht Bokke als graaf. Ze maken zó veel indruk met hem dat de buitenlandse studenten een feestmaal voor hen organiseren. Als de gastheren eindelijk het bedrog ontdekken, krijgt Bokke rake klappen. Ondertussen knijpen de twee studenten er stilletjes tussenuit.

De Franeker Loskoppen

Kort voor 1685 wordt in Amsterdam een roman uitgegeven met de titel ‘De Franequer Los-kop’. De schrijver van het boekje is alleen bekend met zijn initialen: J.W.D.V.

De roman gaat over de rechtenstudent Spartanus de Wilde. Zijn vriend Marten Brassaert brengt hem op het verkeerde pad. Al snel doen ze niets anders meer dan drinken en streken uithalen.

Franeker

In Franeker woonde een mislukte student. Hij heette Spartanus de Wilde. Samen met zijn vriend Marten Brassaert deed hij niets anders dan drinken en kwade streken bedenken.

Op een dag zaten onze vrienden weer eens zonder geld, terwijl ze geweldig honger hadden. Toen namen ze hun knecht Bokke en verkleedden hem als Graaf Oliekoek. Bokke was een domme, lelijke vent. Hij liep krom en kreupel en in zijn misvormde kop zaten amper hersens. Maar door de geweldige vermomming leek hij heus een voornaam heer.

Toen gingen de twee loskoppen met hun ‘graaf’ de stad in en trokken veel bekijks. Aan iedereen die het horen wilde vertelden ze dat dit graaf Oliekoek was; een machtige vorst uit Bohemen. Het nieuws ging als een lopend vuur en al snel kwamen de Boheemse studenten opdraven.

De buitenlandse studenten wilden indruk te maken op hun voorname landgenoot. De één boog nog dieper dan de ander voor de verklede zot. Tenslotte stonden ze allemaal diep voorovergebogen met de neus op de straat en hun ster in de hoogte.

Daarna nodigden ze graaf Oliekoek en diens vrienden uit voor een groots feestmaal in de eetzaal van de academie. Het heerlijkste eten kwam op tafel: patrijzen, hazen en kostelijk gebak. Spartanus en Marten aten hun buiken rond. Ook was er wijn in overvloed, want telkens weer werd er getoost op de gezondheid van de dwaas.

Het duurde dan ook niet lang of de koning van het feest, de schlemiel, was stomdronken. Hij begon te schreeuwen en slingerde luidkeels verwensingen in het rond. Tot overmaat van ramp zong hij ook nog een vals lied:

Daar is een koekoek neergevallen 
De gek is koning van hen allen…

Eindelijk zagen de buitenlanders nu hoe ze bedrogen waren. Ze werden witheet van woede en stortten zich op de arme dwaas. Zijn mantel werd Bokke afgerukt en hij kreeg rake klappen. Daarna sloegen de studenten in hun razernij ook nog de eetzaal kort en klein.

Voor de loskoppen was nu het moment gekomen om er tussenuit te knijpen. Met de armen vol gebraad, brood en kruiken wijn, verdwenen ze via de achterdeur. Om de arme Bokke bekommerde zich niemand.